nov 262017
 

Voor het belastingjaar 2017 heeft de rijksoverheid de berekening van de belasting op vermogen(grondslag sparen en beleggen box3) aangepast. In plaats van een vast fictief rendementspercentage van 4% wordt nu met een gedifferentieerd tarief gerekend. Ook is er een splitsing gemaakt in een spaar- en beleggingsdeel van het vermogen. Grosso modo gaan de ‘kleinere’ spaarders er iets op vooruit terwijl de ‘grotere’ meer betalen. Het break-evenpoint 2017 (meer of minder) is bij een grondslag(sparen en beleggen) ongeveer € 215.000 afhankelijk van een ieders persoonlijke situatie.

Vermogensrendementsheffing tot en met 2016.

Tot en met 2016 werd gerekend met een fictief rendement van 4%. Over dit rendement werd in box3 30% belasting berekend. Het kwam er dus op neer dat er 1,2% van het vermogen(minus vrijstellingen) naar de fiscus ging. Aangezien de spaarrente de afgelopen jaren tot bijna het 0punt is gedaald werd de roep naar de politiek steeds luider om dit systeem aan te passen. Want wie haalt nog 4% rendement als je alleen maar spaart en weinig of niet belegd in effecten. Op beleggingen is de afgelopen jaren immers gemiddeld aanzienlijk meer rendement gehaald dan op spaargeld.

Vermogensrendementsheffing  belastingjaar 2017.

Vanaf 2017 is het systeem gewijzigd. Uitgangspunt was: de ‘kleinere’ spaarder meer ontzien en de echt grote vermogens meer belasten.

Er is  vanuit gegaan dat er relatief meer wordt belegd naarmate het vermogen groter wordt. Er zijn daarom 3 schijven gemaakt. Iedere schijf heeft een eigen fictief gemiddeld rendement dat is gebaseerd op de verhoudingen tussen sparen en beleggen. Het gemiddeld rendement voor 2017 is bepaald op 1.63% voor sparen en 5.90% op beleggingen. Het percentage voor sparen is berekend door het gemiddelde te nemen van het landelijke rendement op spaargeld over 5 jaar. Voor beleggingen is het gemiddelde over 15 jaar van het rendement op aandelen, obligaties en onroerende zaken. De vrijstellingen per belastingplichtige waren voor 2016 € 21.330 maar zijn extra verhoogd voor 2017 naar € 25.000.

Voor 2018 zijn de plannen van het nieuwe kabinet om de vrijstelling te verhogen naar €30.000.

Schijf Uw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.001 tot en met € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,39%

Het belasting percentage blijft 30%. De te betalen belasting wordt dan respectievelijk:  0.86%; 1.38%; 1.63%.

Enkele voorbeelden:

een spaarder is alleenstaand en heeft € 25.000 aan grondslag(vermogen € 50.000 – vrijstelling €25.000) Dan is de belasting (2017) nieuw ongeveer € 85 minder dan de methodiek die gehanteerd is tot en met 2016. Als dezelfde spaarder € 1mio grondslag heeft dan is de belasting  +/- € 1800 meer!

Een spaarder met fiscale partner en een grondslag van € 200.000 (na de vrijstelling van € 50.000) gaat nu met overheveling van deel grondslag aan partner (bv € 100.000) € 1982 betalen. Dat is ruim € 418,00 minder. Zonder overheveling naar de fiscale partner zou dit 0ngeveer € 2371 geweest zijn.

Zelf uw vermogensbelasting berekenen kan hier.Berekenen belasting 2017